Op de middenstip 5: Henri van Esch

Linda van de Wiel, 07-02-2019

Goed voorbereid schuift hij aan in kantine De Boemerang aan de Platanenlaan: Henri van Esch. Met een A4 vol cijfers en feiten. ,,Ik ben 23 seizoenen leider van de selectie en ik weet van elke speler hoeveel wedstrijden hij speelde, hoeveel goals hij maakte én hoeveel kaarten hij gepakt heeft.”

 

Hij is een echte clubman, de 57-jarige voetballiefhebber. Naast leider van het eerste, is hij de organisator van de jaarlijkse autopuzzeltocht, maakt hij het wedstrijdblaadje voorafgaand aan alle competitiewedstrijden van het eerste én organiseerde hij jarenlang de zaalvoetbalcompetitie. ,,Met het laatste ben ik maar gestopt, het werd wel erg veel.”

Als achtjarig ventje wist Henri de weg van zijn huis in de Ridder van Cuijkstraat richting het gras van ODC al te vinden. ,,Door buurtgenoten, waaronder Kees Kelders, oud-keeper van het eerste, en Henri van Roosmalen werd ik lid. Zij voetbalden al. En het was maar 300 meter lopen.”

De eerste jaren speelde D’n Boeddha, al jarenlang de bijnaam van Henri, niet onverdienstelijk. ,,We trainden destijds alleen op woensdagmiddag en ik schopte het tot de D1. Daarna ging het bergafwaarts en speelde ik in lagere jeugd- en seniorenelftallen. Als spits en voornamelijk als keeper.” Als de bescheiden selectieleider een kwaliteit van zijn spel moet noemen, zegt hij na even nadenken: ,,Mijn techniek was redelijk goed.”

 

FAMILIE-ELFTAL

En feiten dus, Henri kan er bergen oplepelen. ,,De eerste coach met wie ik samenwerkte was Ben van Vegchel. Hij was destijds trainer van het eerste én geen gemakkelijke kerel. Maar toen hij hoorde dat ik leider werd, vond hij dat prima”, vertelt de voetbalkenner die intussen met zijn dertiende trainer samenwerkt. ,,Onze eerste wedstrijd als duo was op 15 september 1996. We speelden gelijk tegen WEC uit Wijbosch. Mijn neef Henri van den Biggelaar zette ons op het scorebord.”

Neef Henri is niet het enige familielid dat de Tricolores een warm hart toedraagt. ,,Ik ben de jongste van elf (!) kinderen. Mijn broers, zwagers en neven, allemaal zijn ze échte ODC’ers. We hadden vroeger zelfs een familie-elftal.”

De liefde voor ODC is Henri dan ook met de paplepel ingegoten. ,,Mijn vader speelde al bij de Botenmannekes, een van de voorlopers van ODC. Deze naam veranderde in Rood-Wit en na een samenvoeging met Lenig en Snel (L en S), werd in 1931 ODC officieel opgericht, hoewel ODC zelf 1925 hanteert als oprichtingsjaar.”

 

FEITENPURIST

Natuurlijk heeft feitenpurist Van Esch de datum paraat dat hij lid werd van onze club: 11 juni 1970. Dat betekent dat hij in 2020 maar liefst vijftig jaar lid is. En natuurlijk kan hij wat anekdotes vertellen. ,,Ik heb zelf gevoetbald tot mijn 31e. Na mijn eigen wedstrijd ging ik altijd naar het eerste kijken: uit en thuis. Naar uitwedstrijden gingen we met een grote bus, of soms twee kleinere busjes. Op een dag speelden ODC tegen Rood-Wit en dat werd ook verteld aan de chauffeur. Toen hij in Budel aankwam, was daar niemand te bekennen.”

Wat bleek, was dat ODC niet tegen Rood-Wit ’67 uit Budel speelde, maar dat de tegenstander Rood-Wit ’62 uit Helmond was. ,,De chauffeur reed toen als een malle van Budel naar Helmond. En omdat we het intussen warm hadden, deed één van ons het dakraam open. Maar omdat we zo hard reden, sloeg de wind eronder en waaide het raam eraf”, lacht Henri.

 

 

De actieveling kan zich nog een memorabel moment herinneren. ,,Het was in het seizoen 1997/1998 en we hadden nog het oude puntensysteem, waarbij de winnende club twee punten kreeg. We speelden uit bij Margriet in Oss: zijn stonden bovenaan en wij hadden één punt minder.” Margriet had zodoende genoeg aan een gelijkspel, ODC moest winnen om het kampioenschap binnen te slepen. Grinnikend: ,,Margriet was er klaar voor, er was een buffet geregeld en er stond een kapel klaar om muziek te maken. Het was in blessuretijd nog gelijk. En helemaal aan het einde van de wedstrijd scoorde ODC. Wat hebben wij hun feestje verziekt. En later zelf een goed feest gevierd.” 

 

RUGNUMMER 6

Niet alle herinneringen aan het nu al rijke voetbalverleden van Henri zijn zo kleurrijk. ,,Op 4 februari 2003 overleed selectiespeler Johnny van Mierlo tijdens een oefenduel. Ik was erbij toen hij stierf en dit heeft een diepe indruk op me gemaakt.”

Henri zorgt er dan ook mede voor dat zijn naam in ere blijft. ,,We hebben destijds met de ouders van Johnny afgesproken dat we zijn rugnummer, nummer 6, niet meer zouden gebruiken. En dat gebeurt ook niet. We hebben het pas nog besproken met de jongens van de selectie.” Daarnaast heeft Henri ervoor gezorgd dat de beker die de speler van het jaar ontvangt, de naam ‘Johnny van Mierlo bokaal’ draagt.

 

Naast al zijn feitenkennis, heeft de voetbalman ook nog een groot hart. Maar om toch te eindigen met - vooruit - nog één feitje: Zondag 2 februari zat Henri al voor de 530e keer tijdens een competitiewedstrijd op de bank. ,,En als ik alle bekerwedstrijden en vriendschappelijke partijen daarbij optel, kom ik op 932 wedstrijden. Ik heb er een zere kont van…”

 

 

Op de middenstip 5: Henri van Esch
{*