Op de middenstip! – Piet Snijders

Piet Snijders (88) speelde acht seizoenen in ODC 1 en koestert veel herinneringen aan zijn jaren bij de Tricolores. Piet was een getalenteerd keeper die van zijn Britse coach Charles Jackson enkele bijzondere tips kreeg om het doel schoon te houden. In 2020 is hij 75 jaar lid van ODC en blikt hij terug op lang vervlogen tijden. ‘Van Charles Jackson leerde ik pas écht wat keepen was.’

Het was diezelfde Jackson die Piet in de jaren vijftig van de vorige eeuw probeerde te verleiden tot een overstap naar het hooggeklasseerde BVV in ’s-Hertogenbosch. ‘Maar daar heb ik van afgezien’, zegt de jubilaris resoluut. ‘Weggaan bij ODC? Dat kun je toch niet maken!’

Piet was zelfs even in beeld voor de selectie voor het Nederlands elftal. Op 12 juli 1949, vier jaar nadat hij zich aangesloten bij ODC, kreeg zijn club een brief van de KNVB met daarin de uitnodiging om mee te doen aan een proeftraining. ‘Karel Kaufman was destijds oefenmeester van Oranje en riep jonge talenten op om naar het terrein van BVV te komen voor een training. We werden allemaal getest op onze technische vaardigheden.’ Tot een daadwerkelijke selectie is het nooit gekomen…

STERRENTEAM

Piet heeft zijn memoires aan ODC aan het papier toevertrouwd. Een stapeltje aantekeningen ligt klaar, net als een stuk of vijf vergeelde wedstrijdfoto’s waarop de doelman van ODC 1 te zien is. Op de achtergrond zie je de supporters staan, rijendik op de tribunes die sportpark Molenwijk omzomen. ‘Op mijn achttiende werd ik gevraagd aan te sluiten bij het eerste elftal’, straalt Piet.

Hij vervolgt: ‘Tot op de dag van vandaag vind ik het ongelofelijk dat ik met dat sterrenteam mee mocht doen. En dat ik mocht gaan voetballen op een veld waar een tribune stond. Een tribune waaronder je kleedkamers vond waar gedoucht kon worden. Omdat bijna niemand thuis een douche had, was het heerlijk om na een training of wedstrijd bij ODC warm te douchen. Wat een luxe!’

DUITSE BALLEN

Voetbal was alomtegenwoordig in de jeugdjaren van Piet en zijn vriendjes in de Van Ranststraat. ‘We speelden ook andere spelletjes hoor, zoals landjepik, vliegeren, knikkeren of vlag veroveren. Maar uiteindelijk werd er altijd en overal gevoetbald. Op straat, op school en op ‘de plak’, zoals we het braakliggend terrein tussen onze straat en park Molenwijk noemden.’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog toog Piet vaak naar Molenwijk om Duitse militairen te zien voetballen. ‘Ze kwamen marcherend en zingend door de straat. We liepen er achteraan en keken naar hun verrichtingen op het zijterrein. Als hun leren bal in de bosjes belandde, hielpen we zogenaamd mee zoeken. Weet je wat we deden? We verstopten de bal. Als de Duitsers weg waren, namen we die mee. Blij dat we waren!’

Als er geen Duitse bal voorhanden was, was Piet aangewezen op een verdwaalde tennisbal die in Molenwijk uit de struiken werd gevist. ‘Vaker nog maakten we onze ballen zelf. Van papier en elastiek of met kousen.’

‘IN RIJEN VAN DRIE NAAR ODC’

In 1945 meldde Piet zich bij ODC. Een logische keuze. ‘Ik woonde in Breukelen en dat hoorde bij de Heilig Hartparochie. Als je wilde voetballen, ging je naar ODC. Wie bij de Sint-Petrusparochie hoorde, werd lid van BOC.’ Zijn eerste wedstrijd herinnert hij zich nog goed. ‘We speelden tegen een team van De La Salle en ik stond in de voorhoede. Toen ik aangaf dat ik liever het doel verdedigde, werd ik voortaan opgesteld als keeper.’

Onder leiding van Janus Nooren raakte Piet steeds beter thuis onder de lat. Elke woensdagmiddag werd flink getraind, elke zaterdag stond een wedstrijd op het programma. ‘En ook op zondag waren we bij ODC te vinden’, glimlacht hij. ‘Dan kwamen jongeren uit alle hoeken van het dorp naar het sportpark. De studenten van het internaat bij Stapelen, de meisjes van de Kweekschool, de jongens van De La Salle. In rijen van drie kwamen ze naar ODC om het voetbal te zien en vooral om elkaar te ontmoeten.’

Een mooie anekdote stamt uit Piets militaire diensttijd. ‘Ik zat op de officiersopleiding van de lichte luchtdoelartillerie in de Kolonel Palmkazerne in Naarden-Bussum. Daar bleek nóg een keeper actief: Eddie Pieters Graafland. Samen stonden we op doel als er twee elftallen gevormd werden en we tegen elkaar gingen voetballen.’ Pieters Graafland stond later onder de lat van Feyenoord waarmee hij de Europacup 1 (1970) en vier landstitels (1961, 1962, 1965 en 1969) won. Daarvoor werd hij al eens kampioen met Ajax (1957).

DE DERBY’S TEGEN BOC

Als keeper van ODC 1 speelde Piet talrijke wedstrijden. Hij bewaart de mooiste herinneringen aan de derby’s tegen BOC. ‘De hele week ging het al over die wedstrijd’, vertelt hij. ‘Op de werkvloer van al die grote Boxtelse bedrijven zoals sigarenfabriek Van Susante zaten de ODC’ers en BOC’ers naast elkaar te werken en jutten ze elkaar op. Het waren geweldige duels waarbij het publiek rijendik langs de lijn stond. Onvoorstelbaar maar waar: 3.500 toeschouwers bij ODC-BOC!’

Piet herinnert zich de grote rivaliteit tussen beide clubs, ook tijdens de wedstrijden. ‘In de Sint-Petrusparochie was destijds kapelaan Pirenne werkzaam. Hij was geestelijk adviseur van BOC en ging tijdens de derby’s altijd achter mijn doel staan om me af te leiden. Ik kon daar trouwens wel tegen hoor. Pirenne was een heel lief kapelaantje. Fanatiek, maar heel klein…’

CHARLES JACKSON, EEN MAN MET FLAIR

ODC 1 stond destijds enkele seizoenen onder leiding van Charles Jackson, een illustere Britse coach die BVV uit ‘s-Hertogenbosch in 1948 naar de landstitel had geleid. ‘Een man met flair’, weet Piet. ‘Altijd tot in de puntjes verzorgd, in kostuum én in trainingspak. Een man met veel aanzien die mij heeft geleerd wat écht keepen was. Hij droeg me op een knalgeel shirt te dragen. Met dat opvallende shirt trok ik volgens Jackson de aandacht van de tegenstander die de bal tegen mij aan zou schieten.’

Hij vervolgt: ‘Jackson leerde me ook hoe ik spelers die een strafschop gingen nemen, moest afleiden. Omdat rechts mijn sterkste hoek was, gooide ik kort voor de uithaal een witte zakdoek in de rechterhoek van het doel. De kans dat een speler richting die zakdoek zou schieten was heel groot. En ja, ik heb zo heel wat penalty’s gestopt.’

Piets kleinzoon Pieter (19) is ook doelman en speelt in het tweede van SCG ’18 in Sint-Michielsgestel. ‘Ik geef hem graag tips die ik vroeger bij ODC van coach Jackson heb geleerd.’

NAAR BOSSCHENHOOFD

Na acht seizoenen in ODC 1 wilde Piet het voor gezien houden. Hij had een drukke baan en volgde in de avonduren een pittige architectuuropleiding. ‘Bovendien had ik verkering met mijn huidige vrouw Betsie. Ze was afkomstig uit Bosschenhoofd en we zagen elkaar alleen op zondag. Als ik moest voetballen, ging ze de hele dag mee, ook naar uitwedstrijden. Maar na een tijdje was het mooi geweest en wilde ik stoppen.’

Het ODC-bestuur stak daar een stokje voor. ‘Het bestuur nam me mee naar Bosschenhoofd en ging in gesprek met Betsie. Het resultaat: ik knoopte er nog één seizoen aan vast. Maar daarna ben ik echt gestopt.’ Maar de Tricolores verloor hij niet uit het oog. Zo ontwierp hij als jonge architect de entree van sportpark Molenwijk: een opvallend hekwerk met aan weerszijden een kassa. ‘Nu ik een dagje ouder word, ga ik niet meer elke zondag naar ODC. Maar op een mooie dag vind ik het leuk om een wedstrijd mee te pikken.’

Piet volgt de verrichtingen van zijn club vooral via de krant. ‘Op maandag zoek ik in Brabants Dagblad de uitslag op. En op donderdag lees in Brabants Centrum altijd als eerste het wedstrijdverslag en vind ik het interessant als er ook andere nieuwtjes gemeld worden.’

OP DE MIDDENSTIP!

Dit was een nieuwe aflevering van de rubriek ‘Op de middenstip!’ Clubleden die een actieve ODC-vrijwilliger of clubicoon willen voordragen voor een interview in deze serie, sturen een e-mail voorzien van contactgegevens naar vrijwilligers@odcvoetbal.nl. Redacteuren Linda van de Wiel of Marc Cleutjens nemen vervolgens contact op. (Tekst en foto: Marc Cleutjens).



Piet Snijders 75 jaar ODC lid foto Marc Cleutjens 7

Auteur: Marc Cleutjens